De typische ‘Waar ben ik aan begonnen’ vraag dook opnieuw op in mijn hoofd. Het regenachtige Brisbane met zijn in wolken gehulde wolkenkrabbers lag al een tiental uur achter ons. De bus, met vijf passagiers aan boord inclusief mezelf, reed door een woestijnachtige dorre vlakte.

Vooraf vertelde de buschauffeur me dat ik als enige het volledige traject van Brisbane naar Mount Isa zou afleggen. Goed voor zo’n 29 uur in totaal. Hij lachte en noemde me ‘crazy’.

Ik mag dan wel ‘crazy in the coconut’ zijn, de busrit was toch veel goedkoper dan die peperdure vliegtickets. Bovendien heb ik zo al een glimp van de outback, het binnenland van Australië, opgevangen.

Ik voelde me zo goed voorbereid op de ellenlange busrit. Acht films gedownload op Netflix. Eten om een heel kinderkoor mee te voederen. Een paar afspeellijsten op Spotify. Drie gepikte boeken uit hostels. Alhoewel… had ik maar aan reispilletjes gedacht. Sinds wanneer ben ik wagenziek? Het was alsof elk kiezeltje mijn maag deed draaien. Of toch tijdens de eerste uren.

Vele uren, 3 chauffeurs en een aantal momenten van misselijkheid later, kwam Mount Isa steeds dichterbij. Zowel links als rechts van mij was het landschap hetzelfde. Eindeloze, droge vlaktes. Af en toe eens een paar koeien. Een boerderij in de verte. Soms reden we urenlang zonder een teken van leven. Joepie, ik zie rood zand! Voor mij hét ultieme teken van de Australische woestijn. Dit is het. De outback.

De stad Mount Isa staat bekend voor de mijnen (lood, koper en zink). Hoewel je het woord ‘stad’ niet te letterlijk mag nemen. Je hebt er wel alle faciliteiten (supermarkten, kapsters, fitness,…) wat niet evident is in de outback.

Ik werk in een hotel/motel. Het voelt alsof ik in een Western film ben terecht gekomen. Voorlopig werk ik in de bistro, die bekend staat voor zijn 10 dollar steaks (+- 6,25 euro!!). Mannen met cowboyhoeden maken het tafereel compleet. In de bar vol zatte mijnwerkers speelt intussen een country band. Bovendien is er een speelzaal met gokautomaten en een gokhal waar op paardenraces wordt gewed.

Als ik een paar maand eerder was gekomen, had ik waarschijnlijk de helft van de mensen niet verstaan. Intussen ben ik het accent en de Australische ‘slang’ al gewoon. Ze hebben de gewoonte om de helft van hun woorden/zinnen af te kappen. Of om nieuwe woorden te verzinnen. Kwestie om het voor de buitenlanders wat makkelijker te maken 😉 .

Momenteel is het gemiddeld zo’n 26 graden. Grappig hoe de mensen klagen dat ze het koud hebben. “I’m freezing!” hoor ik bijna dagelijks. Are you kidding me? Maar als je weet dat het een paar maand geleden nog gemiddeld 40 graden was, kun je wel verstaan dat dit voor hen frisjes is. Ik vind het ideaal 😉 .

De ‘Waar ben ik aan begonnen’ vraag bleef de eerste paar dagen maar door mijn hoofd spoken. Het werk op zich is leuk en ik kom goed overeen met de collega’s, maar ze hebben geen behoefte om te socializen. Ik wil vrienden leren kennen, er op uit trekken en de omgeving ontdekken! Dan heb ik die busrit toch niet voor niets meegemaakt. Maar hé… het is pas dag vijf. Rome is ook niet op één dag gebouwd.