Rotverwend. Dagelijks word ik getrakteerd op de meest ongelooflijke stranden. Met een beetje geluk zie ik ergens een dolfijn verschijnen. Spectaculaire oranje-rode zonsondergangen zijn geen uitzondering meer. Om 8u ’s ochtends verschijnen de eerste zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd bij een aangename 25°C. Onlangs lag ik nog onder een prachtige heldere sterrenhemel.

Waarom begin ik dit allemaal vanzelfsprekend te vinden? Ik moet mezelfs soms dwingen om ervan te geniéten en niet alles als normaal te beschouwen.

Ik trek constant op met mensen die ik leer kennen op de bus en in hostels. Omdat veel backpackers dezelfde route doen en dus ook naar dezelfde plaatsen reizen, kom ik vaak mensen tegen die ik eerder heb ontmoet. Het is altijd leuk om ‘bekenden’ te zien. Engelsen, Duitsers, Fransen, Amerikanen, Canadezen, Nederlanders,… Met deze laatste kom ik vaak het beste overeen. De taal zal daar wel iets mee te maken hebben. Heel uitzonderlijk kom ik eens een verloren Belg tegen, dat is altijd een leuk ‘weerzien’. De eerste vraag is meestal: dutch speaking or french speaking 😉 ?

Backpackersleven

Ben je een all-in vakantie in Turkije gewoon? Dan is dit even aanpassen. Luxe wordt overboord gegooid. ’s Nachts slaap ik in slaapzalen van hostels. Oordoppen zijn een must en airconditioning is niet altijd evident. Gemiddeld boek ik een kamer met 8 bedden, maar onlangs sliep ik nog in één met 20 bedden (wat beter meeviel dan verwacht). Als je hierdoor kunt besparen, waarom niet…

Eénpansgerechten klaarmaken is momenteel mijn specialiteit. Want eerlijk is eerlijk, keukens in hostels zijn niet bepaald de meest propere ruimtes.

Mijn bezit prop ik in mijn felblauwe backpack die ik nooit helemaal uitpak. Ten eerste zijn er nooit planken/kasten aanwezig en ten tweede blijf ik nooit langer dan een paar dagen op dezelfde plaats.

Zelfstandig zijn

Intussen ben ik halverwege mijn oostkusttrip. De manier waarop ik de oostkust afreis is heel makkelijk. Doordat ik met de organisatie Loka reis en mijn stops van tevoren vastgelegd zijn, heb ik weinig zorgen. Mijn vervoer tot en met Cairns (stad in het noordoosten) staat vast. Maar ik hunker naar zelfstandigheid. Ik regel alles liever zelf en wil wat meer onafhankelijk reizen. Waarom niet eens couchsurfing proberen? Of werken voor accommodatie? In het vervolg zal ik gewoon last-minute beslissen waar ik naartoe ga en zelf mijn bus/trein boeken. Een beetje avontuurlijker, graag 😉 !

Ik kan me inbeelden dat jullie zich niet veel kunnen voorstellen bij ‘de oostkust van Australië’. Wat valt er allemaal te zien? Deze blog begint waar de vorige is geëindigd, in het meest chille plaatsje ooit, Byron Bay.

Byron Bay – hippies en relaxen

Byron Bay was tot nu toe voor mij de meest relaxte plaats. De sfeer en winkels doen mij een beetje denken aan het folkfestival in Dranouter 😉 .

Eén van de hoogtepunten was de ‘lighthouse walk’. Deze wandeling bracht ons na een uurtje puffen en zweten naar de vuurtoren. Deze ligt op het meest oostelijke punt van het Australisch vasteland. Het prachtige uitzicht op de eindeloze zee en de zonsondergang was de klim meer dan waard.

De eerste twee nachten sliep ik in een party hostel. Overal bekers wijn in mijn kamer, een paar verloren lege flessen cava onder mijn bed… Ik hou zéker van feestjes, maar dit was een beetje too much.

De volgende drie nachten had ik een ander hostel geboekt. Het was een hele verademing toen ik daar aankwam. Ik had een kamer met 4 bedden gereserveerd. Samen met een andere kamer deelden we een keuken/leefruimte. Wat een luxe! Mijn kamergenoten waren ook heel tof, wat het natuurlijk nog beter maakte.

Brisbane – back to citylife

Na Byron Bay was het tijd voor iets totaal anders – de derde grootste stad van Australië. Ik ben drie dagen in Brisbane geweest. Een verrassing was het kleine strandje in het midden van de stad. Ergens ook bizar, want je bevindt je op een klein aangelegd strandje, maar bent omgeven door wolkenkrabbers. Hoe leuk moet het niet zijn om hier middagpauze te hebben?

Vanuit Brisbane zijn we met de lokale bus naar de Koala Sanctuary geweest. Dit is een zoo met kangoeroes, koala’s, krokodillen en ander Australisch wildlife.

Ik had hierbij een dubbel gevoel. Sowieso ben ik geen fan van zoos. Ik vind het altijd heel zielig dat de dieren opgesloten zijn en naar mijn gevoel hadden ze hier niet genoeg plaats. Een koala heeft in de vrije natuur een bos vol eucalyptusbomen terwijl ze hier in een superkleine ruimte verbleven en enkel een paar eucalyptustakken hadden. De kangoeroes lagen er wat loom bij in een weide terwijl wij eten konden kopen om hen te voederen. Ze waren zelfs niet eens geïnteresseerd in het voedsel. Dat zou ik ook niet meer zijn als ik iedere 2 minuten hetzelfde eten aangeboden krijg 😉 .

Natuurlijk wil je als toerist de dieren van dichtbij zien en spring je een gat in de lucht als je kangoeroeselfie is gelukt. Maar ik gun de dieren hun vrijheid meer dan dat ik mezelf die foto’s gun.

Noosa – prachtig maar duur

Na Brisbane heb ik de bus genomen richting Noosa. Terug naar zee! Noosa is het tegenovergestelde van Byron Bay. Terwijl Byron Bay dé ‘place to be’ is voor backpackers, is Noosa een mondaine badplaats voor de rijkere Australiërs. Chique merken en fancy restaurants,… het was niet voor mijn budget. De boterhammen met kaas van de supermarkt hebben wel gesmaakt 😉 . Anderzijds heeft Noosa een fantastisch nationaal park. Samen met een groepje backpackers heb ik er een lange wandeling gemaakt. De ene verborgen baai na de andere kwam tevoorschijn. Als we het te warm hadden, gingen we vlug even het helderblauwe water in als verfrissing.

Zoals ik al zei, rotverwend…