Groene bergen vanuit Tram Ton Pass

Het is alweer dertig dagen geleden dat Katrien en ik voet zetten op Vietnamese bodem. We hadden net een vakantie met twee vriendinnen in Bali achter de rug. Vanaf dan was het ons tweetjes, klaar voor een rondreis Vietnam. Waar zijn die dertig dagen gebleven? Eén vingerknip en we zijn een maand verder. We reden met scooters tussen de rijstvelden, daalden een waterval af met een klimtouw, ploeterden door de jungle van Phong Nha, klauterden in pikdonkere grotten, zongen karaoke en sliepen op een boot in Halong Bay. Dat het afscheid al binnen drie dagen is en ik vanaf dan weer alleen ben (boehoe), verdring ik ergens diep in mijn achterhoofd. Wil-ik-nog-niet-aan-denken.

Vietnam staat bekend als het land van de strooien hoeden, chaotische scooters en groene rijstvelden. Voor ons staat Vietnam ook gelijk aan roepende inwoners (die kunnen dus nooit iets stil en subtiel zeggen), claxonnerende chauffeurs waar we soms gek van worden, prachtige grotten (we hebben hier meer grotten gezien dan rijstvelden) en loempia’s die wonder boven wonder onze oren nog niet uitkomen.

Ik had me voorgenomen om iedere dag onze ervaringen tijdens de rondreis Vietnam te noteren. Mijn verslag is zo lang geworden dat ik op weg was om een boek te schrijven. Kwestie van het nu toch een beetje in te perken.

Om je op de hoogte te houden van onze rondreis door het magnifieke Vietnam, geef ik je een overzicht van wat we allemaal achter de rug hebben.

Rondreis Vietnam: een overzicht

De drukte in Ho Chi Minh City

Onze rondreis startte in het zuiden in Ho Chi Minh City. De stad is genoemd naar de vroegere gelijknamige leider waar toch iedereen zijn respect voor toont.

Onze eerste indruk was overweldigend. Het was één grote chaos en we werden gék van al die toeterende chauffeurs. Intussen hadden we door dat ze dit deden om andere auto’s en scooters te waarschuwen. Na vier keer claxonneren heeft iedereen je wel gehoord, hoor. Argh.

Amerikaans gevechtsvliegtuig

Amerikaans gevechtsvliegtuig voor de ingang van het War Remnants museum

Zwetend als een rund wandelden we rond in de wirwar van kleine straatjes. Een bezoekje aan het War Remnants museum mocht niet ontbreken. Het museum toont afbeeldingen en info over de Vietnamese oorlog. Of zoals de inwoners het noemen, de Amerikaanse oorlog. Uiteraard werd alles getoond vanuit Vietnamees standpunt. De beelden waren lichtjes uitgedrukt wansmakelijk en choquerend om te zien. Van Vietnamezen die mishandeld werden tot de fysieke gevolgen na de gifaanval van Agent Orange. We vinden het museum een must-see maar redelijk deprimerend.

Allerlei verse vis

Verse zeevruchten tijdens de streetfood tour

Die avond gooiden we het over een andere boeg. Weg met het nare gevoel en hallo aan die leuke avond! We boekten een streetfood tour, georganiseerd door een Australische vrouw en haar Vietnamese man. We werden met de scooter opgehaald en vormden met nog een vijftal andere mensen een leuk groepje. De kleine lokale kraampjes verrasten ons met allerlei lokale gerechten. Bovendien proefden we ‘balut’. Het klinkt misschien mysterieus maar het is niets meer en minder dan het embryo van een eend. Wat eigenlijk nog niet zo degoutant smaakte.

Onze boze gids in de Mekong Delta

Vrouw met strooihoed in een boot op Mekong Delta

Bootje varen op de Mekong Delta

Tja, hoe moet je onze ervaring in de Mekong Delta benoemen. Speciaal? Wij wilden graag de regio op eigen houtje ontdekken. Vooraf hadden we in de Lonely Planet gelezen dat je een goedkope tweedaagse tour kunt boeken omdat je er zo makkelijker raakt dan met het openbaar vervoer. Ter plaatse verlaat je de groep en doe je je eigen ding.

Ja tarara. Dat was buiten onze gids gerekend. We stelden onze niet-zo-doordachte plannen voor. Zijn humeur veranderde 360 graden. Al roepend en tierend maakte hij ons duidelijk dat dit een no go was. De stoom kwam net niet uit z’n oren. Als we de groep verlieten zouden we die avond geen hotel en bovendien geen transport terug hebben. Met tegenzin stemden we toe. De dag bestond trouwens enkel uit commerciële stops. Katoenfabriek, kokosnootsnoepfabriek, honingfabriek, noodlefabriek… we hebben ze allemaal gezien. Hoe de Mekong Delta eruit ziet? Euh, goede vraag 😉 . Oh ja, we hebben wel vijf minuutjes op de typische boten gezeten. Joepie.

Hoewel de gids ons twee dagen lang negeerde, zagen we er zelf de humor wel van in. Beter eens goed lachen dan even geërgerd als onze gids rondlopen, toch?

Canyoning in Da Lat

Katrien en Elke poserend voor waterval

Even juichen voor de camera

Mezelf aan het canyoning in Dalat

Aan het abseilen in de waterval

Na een eerste ervaring met de slaapbus kwamen we ‘s ochtends vroeg aan in de kleine stad Da Lat. Een populaire bestemming voor lokale toeristen en nog meer voor de honeymoon koppels onder hen. Da Lat heeft een prachtige natuur, veel kleine watervallen en een gigantisch meer. Bovendien is de temperatuur er wat frisser, wat voor lokale mensen een aangename afwisseling is.

We voelden ons een beetje de enige buitenlandse toeristen. Wat eigenlijk wel leuk is. Onze homestay werd uitgebaat door een sympathieke familie die ons al om 5u30 ‘s ochtends een kamer gaf. Eeuwige dankbaarheid.

We boekten een canyoning avontuur voor de volgende dag. Katrien was heel enthousiast. Ik deed het bijna in mijn broek van de schrik. Dat er een maand geleden tijdens het canyoning een toerist gestorven was, hielp ook al niet. Abseilen (in watervallen), springen van rotsen, natuurlijke waterglijbanen… dat klinkt toch mega eng, spannend en fantastisch tegelijk?

Vooraf kregen we een kleine ‘training’ over hoe je je precies moet vasthouden aan de touwen. We waren constant vastgemaakt via een touw aan de rots. Uiteindelijk was het een onvergetelijke ervaring. Verstand op nul en gewoon dóen. We daalden een ruige waterval af via een touw en op 10 meter hoogte van de rivier lieten we ons achterwaarts in het water vallen. De ultieme kick!

Relaxen in Danang

Uitzicht zwembad en zee in hotel Danang

Even genieten aan het zwembad van ons hotel

Na een misselijkmakende rit in de slaapbus en een vuile nachttrein met kakkerlakken kwamen we aan in de toeristische badplaats Danang. We hadden voor één keer een nacht in een chique hotel met zwembad geboekt (voor 15 euro in totaal!). Puur genieten. ‘s Avonds aten we gezellig in een lokaal restaurant. Het koppel aan het tafeltje naast ons bestelde allerlei kleine gerechten die er zo lekker uitzagen dat we gewoon hetzelfde vroegen. ‘We want everything they have’.

Selfie op de Golden Bridge in Vietnam

Tijd voor een selfie op de Golden Bridge

Dat de Golden Bridge, vlakbij Danang, niet was zoals verwacht, heb je misschien al gelezen. Maar dat we er uiteindelijk een leuke tijd hadden, wil ik nog even benadrukken. Het voelde alsof je de Pont d’Avignon wilt bezoeken in Frankrijk maar uiteindelijk in Disneyland Parijs belandt. Verwachting versus realiteit.

Gezellig vertoeven in Hoi An

Huizen en rivier in Hoi An

Uitzicht op de rivier in Hoi An

Elke aan het poseren met de fiets in Hoi An

Toertje rijden met de fiets langs de rivier van Hoi An

We love Hoi An. De kleurrijke lampionnen in de rivier, de sfeervolle restaurants en bars langs het water, de autovrije (en scootervrije!) oude stad, straatartiesten die het net wat levendiger maken… De stad is heel druk en toeristisch, maar zo gezellig dat we ons verblijf nog een nachtje verlengden. We trokken erop uit met de fiets, relaxten aan het strand en werden door een local op een buffel geduwd.

Regen in Hué

Regen in Hué

Hué viel niet echt mee (snap je ‘m?). Het regende constant, Katrien was ziek en mijn laptop was kapot. Damn. Wij houden van actie, prachtige natuur en een streepje cultuur. In Hué kun je pagoda’s, pagoda’s en pagoda’s bezoeken. En oh ja, een citadel.

Vanuit Hué bezochten we de Vinh Moc tunnels, opnieuw een flashback naar die verschrikkelijke oorlog. Deze zijn minder toeristisch dan de bekende Cu Chi tunnels bij Ho Chi Minh. Bovendien kun je hier volledig door de tunnels wandelen. Wat redelijk claustrofobisch aanvoelt. Onvoorstelbaar dat, zo’n vijftig jaar geleden, mensen er echt woonden en schuilden en het nu een toeristische attractie is.

Tweedaagse trekking in de jungle van Phong Nha

Elephant Cave beklimmen in Phong Nha

De Elephant Cave in Phong Nha

Binnenin de grot Elephant Cave in Phong Nha

Binnenin de Elephant Cave in Phong Nha

Mezelf wandelend in de rivier van Phong Nha

Wandelen door de rivier in Phong Nha

Het nationaal park Phong Nha-Ke Bang was zo één van die bestemmingen die we in de reisgids vaag zagen passeren. Iets met grotten, jungle en wandelen. Nu kan ik je vertellen dat het een plaats is waar je nú naar toe moet vooraleer het overspoeld wordt door massatoerisme.

Het nationaal park is nog niet lang open voor het publiek, sommige grotten zijn nog maar twee jaar geleden (toevallig) ontdekt. Hoewel de regio al toeristisch is, is men nog zoveel aan het bijbouwen. Ik kan me voorstellen dat er binnen 5 à 10 jaar veel veranderd zal zijn. Dat gevoel hebben we trouwens vaak gehad in Vietnam.

We boekten een tweedaagse trekking door de jungle en bleken de enige te zijn. Door het regenseizoen gaan de meeste mensen op dagtocht. Softies zijn het 😉 ! We hebben trouwens geen druppel regen gehad. Onze gids Sara, die liever een vriendin wilde zijn dan onze gids, was hilarisch en zweeg geen seconde. Bovendien wandelden er twee porters oftewel dragers mee. Zij sjouwden al het zware gerief mee zoals tenten, eten en drinken, kookpotten… We vonden het wat zielig maar volgens Sara is dit een goede zaak omdat ze op die manier wel een job hebben.

We hadden ons verwacht aan een super lastige trekking. Dat bleek zeer goed mee te vallen. De tocht op zich was niet zwaar, maar de modder maakte alles veel lastiger. We zakten constant weg en het was heel slipperig. Als ik zeg dat we geploeterd hebben door de jungle (er waren nauwelijks paden), dan overdrijf ik niet. Op een gegeven moment wandelden we zelfs gewoon in de rivier.

We klauterden in verschillende grotten die gewoonweg fenomenaal waren. Zoiets moois heb ik nog nooit gezien. Het was pikdonker maar door het lichtje op onze helm konden we de binnenkant van de grotten bewonderen.

Plots zei Sara dat we lange mouwen moesten aandoen uit bescherming voor een bepaalde plant. Ze noemde het itchy leaves: als je de bladeren aanraakt heb je 7 à 10 dagen erge pijn en een branderig gevoel. Het zou natuurlijk weer typisch zijn moest ik struikelen en in zo’n plant vallen. Ik zag het scenario al helemaal voor mij (en Katrien ook). Maar buiten een gat in mijn broek kwamen we heelhuids terug.

De wondermooie natuur van Ninh Binh

Groene bergen en rivier in Ninh Binh

Na een korte klim hadden we dit prachtig uitzicht in Ninh Binh

Ninh Binh, een plaatsje waar ik niet zoveel verwachtingen van had maar ongelooflijk mooi bleek te zijn. Voor mij één van de mooiste plaatsen in Vietnam. De regio wordt ook wel ‘Halong Bay van het binnenland’ genoemd. We verkenden de regio per fiets en scooter en deden een boottochtje bij een vrouw die roeide met haar voeten. Respect, zeg je?

Wandelen in Sapa

Rijstvelden Sapa

Uitzicht op de rijstvelden van Sapa

Onze tweede ervaring met de nachttrein was al een stuk aangenamer. Geen claustrofobisch gevoel en geen kakkerlakken. Sapa staat bekend voor de groene rijstvelden in de bergen en de kleine typische dorpjes. Wij verbleven in een heel klein lokaal dorpje op zo’n 6 kilometer van de stad Sapa. We trokken er zelf op uit maar boekten ook een dagtocht die ons opnieuw langs heel modderige paden bracht.

De keren dat ik uitgleed en viel, kan ik niet meer op twee handen tellen. Mijn broek hing vol met aangekoekte modder. Onze voorlaatste dag verbleven we in Sapa zelf en huurden we een scooter om langs de Tram Ton Pass te rijden, één van de mooiste wegen in Vietnam die je een waanzinnig uitzicht biedt op de rijstvelden en groene bergen. We kwamen er een groep Vlamingen tegen die héél geïnteresseerd waren in onze reisplannen.

Slenteren in Hanoi

Straat met strooien hoeden in Hanoi

Gezellig straatje in het oude centrum van Hanoi

Dat grote chaotische steden niet aan ons besteed zijn, daar zijn we al achter gekomen. Toch vinden we Hanoi véél gezelliger dan Ho Chi Minh. Rondslenteren in het oude gedeelte en intussen tien keer ‘nee’ zeggen tegen iedereen die ons vanalles wilt verkopen. We kochten eindelijk eens wat souvenirs, gingen lekker ontbijten en ‘s avonds een wijntje drinken met zatte Australiërs. Bovendien liet ik mijn laptop herstellen.

Cruise in Halong Bay

Halong Bay

De magnifieke rotsen in Halong Bay

De cruise in Halong Bay, hét hoogtepunt van Vietnam, wilden we sparen voor onze laatste week. De boot had ons aangenaam verrast. Bovendien was onze kajuit met bijhorende badkamer zelfs groter dan sommige hotelkamers die we al gehad hebben. We kregen een vijf gangen diner gepresenteerd, alles was heel deftig en de obers iets té professioneel en chique. Doe maar lekker normaal hoor, wij zijn de koning niet.

Phoebe, onze gids, was zo iemand die liever roept dan praat maar alles wel goed bedoelt. We gingen kajakken en zwemmen en hadden natuurlijk dat prachtige uitzicht van de rotsen in de zee. Alsof we aan het zwemmen waren in een postkaartje. Samen met de andere sympathieke gasten uit Azerbeidzjan, Ethiopië, Duitsland, Verenigde Staten en Hongarije vormden we een leuk groepje. ‘s Avonds stond er karaoke op het programma. We hadden zin in een feestje! Samen met enkele andere gasten zongen we de longen uit ons lijf en hadden we een leuke avond.

Waar zijn we nu?

Ooit gehoord van Cat Ba eiland, tussen de rotsen van Halong Bay ? Terwijl ik deze blog aan het schrijven ben, zit ik op een strandstoel en hoor ik de ruisende golven van de zee achter mij. Voor mij ligt een turkooisblauw zwembad van een hotel te lonken. Het is een chique hotel waar wij gewoon eens aan het zwembad komen liggen, hihi. Onze laatste dagen gaan we hier op het eiland doorbrengen vooraleer we terug gaan naar de drukte van Hanoi. Daar vertrekt Katrien terug huiswaarts en ga ik naar…. tromgeroffel… Maleisië!